slide1 slide2 slide3 slide4

WUTTO Sponsor

Hotel Lapershoek

Fotogalerij

De 58-jarige, in Ermelo woonachtige JOS WYNANDS is een van de bekendste plankspelers van Nederland. Op de WUTTO-ranglijst staat hij in de top 15. Er zijn dit jaar al enkele toernooien gespeeld in het buitenland en binnenkort staan er ook veel Nederlandse toernooien op stapel. Officieus geldt Jos als ‘Mister WUTTO’, omdat hij bij de meeste toernooien acte de présence geeft en ook altijd meedenkt over de ontwikkelingen.
Via de 11 vragen hopen we Jos wat beter te leren kennen.

 

1. Vertel eens iets over je achtergrond.
Ik ben geboren in Amersfoort, al bijna 32 jaar gelukkig getrouwd, vader van vijf kinderen en trotste opa van zes kleinzonen. Ik heb altijd in de financiële wereld gezeten en sinds ruim tien jaar heb ik een eigen hypotheekkantoor. Al de eerder opgedane ervaringen kan ik hierin kwijt en geeft mij een ruime mate van vrijheid in handelen en dat vind ik heerlijk werken.

2. Hoe bent je in de tafeltenniswereld verzeild geraakt?
Als 7-jarig jochie wandelde ik binnen bij speeltuinvereniging De Kruiskamp in Amersfoort. Een hele avond tafeltennis voor een duppie en dan nog les krijgen van de heer Martensen, wat een ongelooflijke leuke tijd was dat! Er waren meerdere speeltuinverenigingen en ik ging dan ook in competitieverband de strijd aan.

3. Hoe is je verdere tt-loopbaan verlopen?
Vijf jaar later kwam daar buurtvereniging de Ark in Amersfoort en niet veel later mijn ‘oude liefde’ TRS (Amersfoort) bij. Je had destijds twee verenigingen in Amersfoort waarvan Over het Net nog steeds bestaat. TRS helaas al lang niet meer, maar de heimwee naar deze vereniging bestaat nog steeds. Ze zeggen wel eens dat sentimenten toenemen naarmate je ouder wordt. Hierna heb ik gespeeld bij o.a. Harderwijk, REGA (Nijkerk), TVP (Putten) en sinds een paar jaar weer Harderwijk.

4. Welk niveau heb (had) je?
Bij Harderwijk heb ik in het verleden nog promotie- en eerste klas gespeeld, maar door blessureleed van mijn teamgenoten is er een abrupt einde aan gekomen en voor mij was het moment aangebroken om met een ‘plankje’ competitie te gaan spelen. Wel met ITTF-goedgekeurde rubbers. Dat is nu in de derde klas en dat lukt me met 15 uit 18 prima.

5. Wat is je speltype?
Met mijn backhand kappen en een harde afmaakslag op de forehand in stelling brengen is mijn favoriete manier van spelen.

6. Wat trekt je aan in het 'plank-tafeltennis'?
De competitie gebruik ik nu als training voor de WUTTO toernooien. Plankje tegen plankje is mijn favoriete bezigheid, omdat het zo eerlijk is. De WUTTO-regels zijn daar ook op gericht. Neem het feit dat het plankje niet aan de persoon gebonden is, maar op de tafelhelft blijft liggen, zodat verschillen in het batje gelijkelijk verdeeld worden over de twee spelers. Geniaal bedacht toch?

7. Veel 'moderne' tafeltennissers hebben niets met plankjes. Is dat terecht?
De ‘moderne’ tafeltennissers mopperen wel eens op mijn plankje en vinden het rotzooi, maar mijn antwoord is simpelweg dat ik met een batje speel waar het allemaal mee begon (Classic) en dat zij juist een batje hebben voorzien van allerlei rotzooi. Wij plankspelers spelen de fraaiste – lange – rallies. Bij ons heb je geen enorm voordeel van de opslag en de effectballen, die ervoor zorgen dat de rallies vaak erg kort zijn. Maar je moet bij ons vaak wel hard werken voor de punten en als liefhebber van de sport geeft dat nu juist een heerlijk gevoel.
Maar even terugkomen op de vraag, ik vind niet dat het terecht is. Elke speler kan leren spelen met een plankje. In het begin moeten ze wennen maar na een tijdje vindt bijna iedereen het hartstikke leuk! Ik zal een voorbeeld geven. Boris en Martijn de Vries zijn echte ‘moderne’ tafeltennissers die grote successen hebben geboekt. Ze doen nu af en toe mee met WUTTO-toernooien en ze hanteren dat bat op een magistrale manier. Alsof ze nooit anders gedaan hebben!

8. Het WUTTO-tafeltennis wordt elk jaar groter. Is dat een logische ontwikkeling?
Ik vind het wel logisch, ja. Steeds meer mensen houden van de eenvoud van het spelletje. Je moet het punt echt met tafeltennis maken. Zo hebben we het toch ook allemaal ooit op de huiskamertafel of in de garage geleerd? Niet alleen de WUTTO maakt een groei door. Kijk ook maar eens naar het succes van het WK pingpong in Londen. Dat ziet er prachtig uit. Het wordt live op tv uitgezonden en er kijken veel mensen naar. Daar speelt men overigens met schuurpapierbats. Het spelen met een hardbat (plankje met korte noppen) ligt dichtbij het spelen met schuurpapier. Aangezien de WUTTO eind december altijd het wereldkampioenschap organiseert in Hilversum is dat voor de Nederlandse deelnemers (meestal 2) een goede voorbereiding op Londen dat een maandje later gehouden wordt.

9. De WUTTO is van plan om ook een competitie op te zetten. Kan dat een succes worden?
Waarom niet? Er gaan steeds meer mensen ‘planken’ en dus is een competitie een logisch vervolg. Ook hier zal het best een tijdje kosten voordat het groot wordt, maar ja, elk plantje moet groeien, toch?

10. Waar staat de WUTTO over vijf jaar?
Het groeit gewoon rustig door en over vijf jaar is het zeker niet meer weg te denken.

11. Jij wordt ‘Mister WUTTO’ genoemd. Wat vind je van die eretitel?
Ik vind het om te beginnen wel een enorme eer en daarvoor bedank ik degenen die dit bedacht hebben. Die dertiende plaats op de ranglijst dank ik aan mijn vele deelnames en het regelmatig behalen van achtste- en kwartfinales. Er zijn voldoende spelers die mij voorbij kunnen, maar dan moeten ze wel vaker gaan meedoen. Het leuke van de WUTTO is namelijk dat iedereen bij elke deelname punten voor de ranglijst krijgt. Dus als je vaak meespeelt, stijg je vanzelf.

Maak kennis met de toppers van de WUTTO

 

Chris Doran

De Engelsman is tweevoudig WUTTO-wereldkampioen. Chris Doran won in 2014 in de finale van de Nederlandse topper Arnoud Meijer.

Annemarie Zijnstra

De Groningse was zowel in 2013 als 2014 wereldkampioene hardbat. In het 'moderne' tafeltennis speelt Annemarie in de eerste divisie.

Martin Groenewold

Martin is de eerste officiële Nederlandse WUTTO-kampioen. In 2008 legde hij in Hilversum beslag op de wereldtitel in het enkelspel.