slide1 slide2 slide3 slide4

WUTTO Sponsor

Hotel Lapershoek


De tafeltennissport mag zich al jaren ‘verheugen’ in een dalend aantal georganiseerde beoefenaars. Op de camping of in de sportkantine zal menig Nederlander ooit weleens een balletje hebben geslagen, maar het tafeltennissen in clubverband is de laatste 15 jaar sterk in populariteit gedaald. Waar officiële kringen in hetzelfde gedachtenpatroon vastzitten, probeert men elders een andere insteek. Niet altijd even succesvol, maar wellicht wel de moeite waard. Zo werd ruim tien jaar geleden bijvoorbeeld de WUTTO opgericht: World United Table Tennis Organisation. De WUTTO promoot het tafeltennissen met standaard-bats. Sportprimeur.nl sprak met initiatiefnemer van het eerste uur Ted van der Meer: “De realiteit is dat de huidige supersnelle rubbers de verdedigers nagenoeg verdreven hebben en dat is jammer voor de sport”.
 
Door Ying-Fu Li
 

Waarom is destijds de WUTTO opgericht?

“Ik heb altijd al gevonden dat de tafeltennissport één geweldige ‘weeffout’ heeft: de verschillende rubbers. Vooral antitopspin en lange noppen hebben veel kwaad gedaan. En de realiteit is dat de huidige supersnelle rubbers de verdedigers nagenoeg verdreven hebben en dat is jammer voor de sport. We zijn in 2002 begonnen met toernooien waarin iedereen met een identiek bat speelt. We hebben toen proefgedraaid met aanvallers en verdedigers om te kijken, welk rubber het meest geschikt was om een gelijk speelveld tussen aanvallers en verdedigers te krijgen. Dat werd toen een noppenrubber met dunne sandwichlaag. Na een paar jaar werd duidelijk dat het ‘plankje’ meer gewaardeerd werd. Onder meer omdat aanvallers en verdedigers hiermee gelijke kansen hebben.”

Je zegt dat suppersnelle rubbers de verdedigers hebben verdreven en dat dit jammer voor de sport is. Waarom is dat jammer? Is dat niet ‘gewoon’ de evolutie van de sport zoals je bij tennis nu ook enkel nog krachttennis vanaf de baseline hebt in tegenstelling tot serve en volley?

“Een sport evolueert, zeker, maar een van de belangrijkste charmes van tafeltennis is juist aanval contra verdediging. Elke keer als er lange rallies zijn, zie je de mensen opveren. Het huidige supersnelle tafeltennis is - als het om de echte toppers gaat – weliswaar prachtig maar ook enigszins eenzijdig. De vergelijking met tennis is terecht, maar gaat ook weer niet helemaal op. Het is jammer dat er steeds minder serve-volley wordt gespeeld, maar de baselineduels zijn vaak extreem fascinerend. Toch wordt er ook onder het tennispubliek wel geklaagd over de toegenomen eenzijdigheid.”

Ligt de charme van tafeltennis dan niet juist in de dynamiek van snelheid en spin, en niet in partijen van uren zoals toen er alleen geschoven werd?

“Dat hangt ervan af waar je naar kijkt. Als de absolute wereldtoppers tegen elkaar spelen, dan is er zeker sprake van die dynamiek. Maar op lager niveau – bijvoorbeeld in de Nederlandse competitie – is er toch wel erg vaak sprake van foutenfestivals in plaats van extreem mooie rallies. En als er dan eens een verdediger in actie komt – bij Hilversum bijvoorbeeld Arnoud Meijer (eerste divisie – red.) – dan staat het publiek op de banken van enthousiasme.”

Wat is de meerwaarde van spelen met standaard bats ten opzichte van het reguliere tafeltennis?

“Het is anders en heel veel mensen vinden het heel erg leuk. Het is een prettige afwisseling. En als tv-man zie ik grote mogelijkheden voor planktafeltennis. Het is uiteindelijk spectaculairder voor een groot publiek. Er komt in januari 2013 in Londen een toernooi met plankjes dat op tv wordt uitgezonden. Het prijzengeld bedraagt $ 100.000. Voor dat toernooi, waar 64 spelers aan meedoen, zijn zes Nederlanders toegelaten. Allemaal spelers die hartstikke goed zijn met een plankje maar geen eredivisie spelen: Martin Groenewold, Harry Kruizenga, Arnoud Meijer, Marty Hendriksen, Lars Adema en Reginald Kraaijenbrink.”

“Allemaal spelers die hartstikke goed zijn met een plankje maar geen eredivisie spelen”: in de eredivisie spelen wel (doorgaans) de beste spelers van het land. Blijft het hierdoor niet meer dan alleen maar ‘leuk’?

“Het is mijn stellige overtuiging dat je twee soorten tafeltennis hebt. Het gewone, huidige tafeltennis zoals dat bij de NTTB gespeeld wordt. En het plank-tafeltennis. Sommige toppers zijn volkomen ongeschikt voor het plankje en je hebt plankspelers die nimmer de top in de NTTB zullen halen. Andere techniek, andere motoriek. En dat kan heel goed naast elkaar bestaan!”

Concurrentie met NTTB?

“Dat speelt geen enkele rol. Ik wens de NTTB, waar ik zelf lid van ben, het allerbeste toe. De twee soorten sport kunnen goed naast elkaar bestaan.”

Is het dan niet wenselijk, vanuit het ‘bestaansrecht’ van ‘plankjes-tafeltennis’, om onder de vlag van de NTTB te gaan ressorteren?

“Het is geen concurrentie, omdat de WUTTO heel klein is. Maar het is ook niet zinvol om onder de NTTB-vlag te gaan ressorteren. Dan heb je namelijk weer te maken met de extreme regelgeving van sportbonden. Wij hebben hele simpele regels waar iedereen vrede mee heeft. Geen onvertogen woord, geen strenge scheidsrechters en geen tuchtcommissie. Het gaat prima zo. Ik heb niets tegen de NTTB hoor, laat dat duidelijk zijn. Maar ik heb het altijd vreemd gevonden dat NOC*NSF slechts één bond per sport toelaat. Dat is gebrek aan concurrentie met als grote gevaar gebrek aan kwaliteit. En eerlijk is eerlijk: daar heb ik de NTTB wel vaak van beticht. En altijd met hopelijk heldere argumenten.”

Ted van der Meer is een mediaman in hart en nieren. Behalve voor zijn eigen media- PR bureau, werkte hij voor Studio Sport en Eurosport als tafeltennis- en tenniscommentator. Daarnaast is hij als zelfstandig journalist actief voor diverse media zoals onder meer De Telegraaf. In 2011 en 2012 was hij een periode voorzitter van de Nederlandse badmintonbond.